Kopie van Zonder titel

Ibrahim: “Vottem was een nachtmerrie”

Deel dit verhaal

Eind 2023 ging het personeel van het detentiecentrum in Vottem in staking “omdat niets er nog werkte”. Ibrahim uit Djibouti werd er van augustus tot maart opgesloten. Hij wil getuigen over wat er fout loopt.

Ibrahim begint zijn verhaal bij het begin: zijn vertrek in Djibouti. “Kort samengevat: er is geen vrijheid van meningsuiting in het land, noch vrijheid van godsdienst. Ik kom uit een moslimfamilie, Djibouti is een islamitisch land. Maar ik ging om met Ethiopische christenen en bezocht kerken. Daardoor ben ik in de problemen gekomen, en naar Europa vertrokken.”

Ibrahim vertoeft al twintig jaar in België. Hij deed meerdere asielaanvragen, maar die werden allemaal afgewezen. Hij kreeg een bevel om het grondgebied te verlaten. In augustus 2023 kwam hij in het detentiecentrum van Vottem terecht met het oog op zijn verwijdering naar Djibouti. Uiteindelijk zat hij er acht maanden vast.

Omdat hij niet opnieuw uitgezet kon worden, werd hij vrijgelaten. “Je wordt onderworpen aan een administratief systeem waar veel fout loopt”, vertelt Ibrahim. “Maar wat achter de hekken gebeurt, blijft daar ook. Je Ik hoop met deze getuigenis toch iets te kunnen betekenen.”

“Er waren bedwantsen en luizen in het centrum, de hygiëne liet te wensen over”

Ibrahim omschrijft zijn tijd in Vottem als een nachtmerrie. “Er kunnen tot vier mensen in één kamer gezet worden. Je hebt geen controle over het licht, de felle lampen blijven tot laat in de avond branden. Als je vroeg wil slapen, is dat onmogelijk. Net zoals het onmogelijk is om goed te eten. Uit protest gaan sommige mensen in hongerstaking. Maar dan word je bedreigd met het cachot (de isolatiecel), een plek waar je niet wil terechtkomen. De muren zijn smerig, het toilet spoelt amper door en de wasbak lekt.”

Maar ook de gewone slaapplekken zijn problematisch, vertelt Ibrahim. “In het centrum waren er problemen met bedwantsen en luizen. Er werden slechts halfslachtige pogingen ondernomen om die plagen in onze kamers uit te roeien. Er was ook geen preventie op dat vlak. Bij aankomst worden nieuwkomers meteen op een kamer gedropt. Pas later worden ze door een dokter gecontroleerd. Maar dan hebben wantsen en luizen zich alweer verspreid.”

“Het waren echter niet alleen bedwantsen en luizen die ons zorgen baarden. De algehele hygiëne liet te wensen over. De ene keer sprong een leiding, daarna zat een afvoer verstopt. Op een nacht liepen de toiletten over. Uitwerpselen lagen in de gang. Toen we de volgende dag in de refter moesten eten, was de geur verschrikkelijk. We konden ons ook niet afzonderen, want de deuren van de slaapplaatsen mogen niet dicht. Het is niet alleen dramatisch voor de gedetineerden, maar ook voor het personeel.”

“Het is moeilijk om problemen aan te kaarten, er is geen echo naar buiten toe”

Over het personeel heeft Ibrahim gemengde gevoelens. Hij geeft aan dat er in het detentiecentrum aardige mensen werken, die de opgesloten migranten menselijk en correct behandelen. “Maar helaas zijn er ook anderen. Zij lijken je te willen uitdagen. Ik kreeg het gevoel dat het erger werd naarmate mijn opsluiting langer duurde – alsof ze me onder druk wilden zetten om vrijwillig te vertrekken. Naar het einde toe werd ik steeds vaker gefouilleerd, een keer zelfs naakt.”

Het heeft te maken met een gevoel van macht en het gebrek aan controle, volgens Ibrahim. “Die enkele bewakers die het slecht voor hebben, kunnen jou het leven zuur maken. Ze proberen te dicteren hoe je je moet gedragen, hoe je moet eten, hoe je moet slapen.”

“Dat geeft ook problemen bij mensen die medische hulp nodig hebben. Ik spreek goed Frans, ben vlot in de omgang en kreeg veel gedaan. Maar veel anderen lukte dat niet. Het is niet dat de dokter hen niet wil zien, het probleem is dat bewakers als tussenpersoon optreden. Zo komt het dat sommige mensen pas heel laat naar de dokter gaan. Je ziet dat gebeuren, maar het is moeilijk aan te kaarten. Er is achter de hekken geen echo naar buiten toe.”

Iedere persoon heeft een fundamenteel recht op vrijheid. De Move coalitie werd in januari 2021 opgericht als een gezamenlijk initiatief van Caritas, CIRÉ, JRS Belgium en Vluchtelingenwerk Vlaanderen. De leden van Move bundelen hun krachten om een einde te maken aan detentie om migratieredenen.We verkiezen waar mogelijk de term “(administratieve) detentiecentrum voor migranten” boven “gesloten centrum” om een duidelijk onderscheid te maken met de open opvangcentra voor personen die internationale bescherming verzoeken. Met deze keuze in terminologie benadrukken we de harde realiteit van detentie. Daarenboven omvat de term alle bestaande vormen van detentie om migratieredenen, zoals de terugkeerhuizen die we “administratieve detentiecentra voor gezinnen” noemen. Move gaat op zoek naar de verhalen van mensen op de vlucht in detentie om hen een gezicht en een erkenning als mens te geven.