Hicham (een schuilnaam) komt uit Nador aan de Middellandse zee en wil kapper worden. “Dat is mijn kunst, dat kan ik goed.” In 2024 bracht hij zeven maanden door in administratieve detentie.
“Ik ben uit Marokko vertrokken op mijn veertiende. Er waren politieke spanningen en ik heb ook privé veel meegemaakt. Mijn familie begon te vrezen voor mijn leven, de politie kwam langs met veel machtsvertoon en toen ben ik meteen vertrokken. Met zeven mensen op een bootje richting Spanje.”
Na omzwervingen door heel Europa zoekt hij vaste grond in België. “Ik ben de trein beginnen nemen tussen Brussel en Oostende, in de hoop dat ze mij zouden oppakken. De politie heeft me naar de Dienst Vreemdelingenzaken gebracht en dan naar Minor Ndako in Aalst. Daar heb ik Nederlands geleerd.”
“De eerste drie dagen kon ik echt niet slapen”
Hicham vraagt asiel aan maar krijgt een negatieve beslissing. “Ik vond het moeilijk om alle redenen te vertellen waardoor ik niet terug kon naar Marokko.”
Minor Ndako is een opvang- en begeleidingsplek voor niet-begeleide minderjarigen. “Toen ik achttien jaar werd, moest ik er vertrekken. Dan ben ik een tijdlang dakloos geweest. Elke dag denken: waar ga ik slapen, eten, douchen? Dakloos zijn is een druk leven. Je probeert niet te veel na te denken over de toekomst, want dan komen moeilijke vragen: waarom heb ik dit leven, waarom moet ik dit meemaken?” Hicham worstelt met zelfdodingsgedachten en begint wiet te roken. Straathoekwerkers helpen hem uiteindelijk aan een vaste slaapplek.
Op een dag haalt de politie Hicham op en brengt hem naar het gesloten centrum van Vottem. “De eerste drie dagen kon ik echt niet slapen. Toen ze zeiden dat ik op een vlucht naar Marokko zou worden gezet, begon ik te roepen. Ze vertelden me dat ik de eerste vlucht wel kon weigeren, maar de volgende vluchten alsmaar moeilijker. Dat gaf mij heel veel stress.”
“Er is zo weinig te doen, een beetje schaken en dammen, tv kijken, roken”
Hicham dient een nieuwe asielaanvraag in, met nieuwe elementen. “Toen heb ik alles verteld, ook mijn persoonlijke situatie. Ik wilde dat helemaal niet, ik voelde veel schaamte, maar ik moest wel, om een kans te maken op een erkenning. Er zijn in Vottem ook Marokkaanse begeleiders, het was heel ongemakkelijk om de documenten met de nieuwe elementen aan hen te geven.”
“Toen zei het CGVS (Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen) dat er helemaal geen nieuwe elementen in mijn dossier waren. Terwijl het letterlijk een ander verhaal was dan alleen dat politieke. What the fuck, dacht ik. Met zo veel moeite zeg ik die persoonlijke dingen, en dan hoor ik dat er geen nieuwe elementen zijn.”
Hicham gaat in beroep. Bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen horen de aanvragers voor en na hem opnieuw zijn hele verhaal. “Ik keek de hele tijd naar de grond. Maar de rechter zei wel dat er nieuwe elementen waren en dat ze naar mij moesten luisteren.”
Terug in het administratief detentiecentrum is het niet makkelijk de dagen door te komen. “Ik heb veel moeilijke situaties meegemaakt, zeker toen ik naar 127bis werd overgeplaatst. Problemen met andere bewoners kan ik nog wel ergens plaatsen. Maar problemen die ik had met de medewerkers hadden niet mogen gebeuren. Sommigen zien je echt als een crimineel, terwijl ik geen crimineel ben.”
“Je kan niet veel doen in een gesloten centrum. De hele dag binnen zitten, met rare mensen. We mochten elke dag maar anderhalf uur in de tuin komen. Er is zo weinig te doen, een beetje schaken en dammen, tv kijken, roken. Een dag passeert er als een jaar.”
“Waarom zou ik liegen over yoghurt?”
“Op een ochtend, in de refter, pak ik een plateau en vraag mijn eten. Aan tafel zie ik plots dat iedereen een yoghurtje op z’n plateau heeft, behalve ik. Dat kregen we maar om de twee weken. Ik ga vriendelijk aan de medewerkster zeggen dat ze me een yoghurtje was vergeten te geven. Zij antwoordt dat ik lieg, dat ik er al één had gekregen. Waarom zou ik liegen over yoghurt? Dat deed me echt pijn. Ze zei: jij liegt, ga maar weer zitten. Ik bleef staan, ik wilde ook yoghurt, ik had niet gelogen. Kijk maar op de camerabeelden, zei ik, je was het gewoon vergeten.”
“Een andere begeleider kwam tussen, iemand die mij al lang scheef bekeek. Hij duwde me en beval me te gaan zitten. Daar werd ik zo boos van, ik wilde niet gaan zitten. Ik liet de plateau vallen. Raak me niet aan, riep ik. De begeleider begon me uit te schelden: vuile homo, bitch. Ik ben huilend naar mijn kamer gegaan.”
Na het incident wordt Hicham overgeplaatst naar nog een derde detentiecentrum, Caricole. “Normaal ben ik echt sociaal en open, ik ben een positieve mens, ik praat graag. 127bis was niets voor mij. Caricole is anders: meer activiteiten, meer vrijheid, tijd in de tuin. Ook de begeleiders zijn er vriendelijker.”
Een nieuwe negatieve beslissing over zijn asielaanvraag wordt geannuleerd, Hicham voelt zich opgelucht. Hij begint zelfs activiteiten te organiseren in Caricole. “Het werd weer kalmer in mijn hoofd. In het leven moet je altijd blijven hopen.”
Na zeven maanden in administratieve detentiecentra wordt Hicham vrijgelaten. Enkele maanden later krijgt hij nog beter nieuws: zijn asielaanvraag is aanvaard, hij kan in België blijven. “Ik heb er zo veel jaren op gewacht. Het heeft me sterk gemaakt. Ik ben 21 jaar maar ik ben ouder dan mijn leeftijd. En nu begint het leven pas.”
Wat zou de Hicham van vandaag zeggen aan de veertienjarige jongen die uit Marokko vertrok? “Wees sterk, heb geduld. Binnen zeven jaar ga je een normale mens worden.”
Iedere persoon heeft een fundamenteel recht op vrijheid. De Move coalitie werd in januari 2021 opgericht als een gezamenlijk initiatief van Caritas, CIRÉ, JRS Belgium en Vluchtelingenwerk Vlaanderen. De leden van Move bundelen hun krachten om een einde te maken aan detentie om migratieredenen.We verkiezen waar mogelijk de term “(administratieve) detentiecentrum voor migranten” boven “gesloten centrum” om een duidelijk onderscheid te maken met de open opvangcentra voor personen die internationale bescherming verzoeken. Met deze keuze in terminologie benadrukken we de harde realiteit van detentie. Daarenboven omvat de term alle bestaande vormen van detentie om migratieredenen, zoals de terugkeerhuizen die we “administratieve detentiecentra voor gezinnen” noemen. Move gaat op zoek naar de verhalen van mensen op de vlucht in detentie om hen een gezicht en een erkenning als mens te geven.