Marie is 75. Ze werd een maand lang opgesloten in Brugge en Steenokkerzeel. Hoewel die opsluiting alweer meerdere jaren geleden is, blijft de ervaring haar achtervolgen. “Ik ben doodsbang voor een nieuwe opsluiting. Wat moet ik op mijn leeftijd nog doen?”
“Als jonge vrouw studeerde ik in België. Ik heb hier jarenlang in moeilijke omstandigheden voor een bank gewerkt. Tot die failliet ging. Daarop besloten mijn man en ik om ons leven voort te zetten in DR Congo, ons moederland.”
“Toen ik ruim tien jaar geleden nog eens naar België kwam voor de zwangerschap van mijn dochter, veranderde alles. Ik voelde me al een tijdje niet zo goed. Volgens een Belgische dokter had ik hartproblemen. Ook de cyste op mijn nek bleek problematisch. Hij vond het niet zo slim om terug te keren naar Congo.”
“Zelf wilde ik terug. Maar mijn kinderen, die in België wonen, overtuigden me om hier te blijven. Niet veel later overleed mijn man. Plots speelde heel mijn leven zich in België af. Ik kreeg echter geen verblijfsvergunning.”
“Ik herinner me vooral die zware deuren die achter je dicht vallen”
“Op een dag stond de politie aan de deur. Ik werd naar het gesloten centrum van Brugge gebracht. Ik had nog nooit over zo’n centrum gehoord. Het was net een gevangenis. Je wordt samen gewekt, je moet je samen wassen, je wordt samen naar buiten gestuurd. Vooral die zware deuren die telkens met een klap achter je dichtvallen, herinner ik me nog goed. Het was vreselijk.”
“Omdat ze me snel naar Congo wilden sturen, werd ik van Brugge naar 127bis in Steenokkerzeel gebracht. Je zit vlak naast de luchthaven, iedereen zit daar om weggestuurd te worden. Dat zorgt voor een ontzettende onrust. Wie blijft? Wie gaat weg? Er is geen enkele communicatie, je weet het nooit.”
“Het personeel zoekt dagelijks de mensen die ze nodig hebben. Ze pakken hun spullen en je ziet hen nooit meer terug. ’s Ochtends weet je niet of het die dag jouw beurt is. Elke dag word je geconfronteerd met het feit dat je niet het juiste papier hebt.”
“Het doet me pijn dat ik op mijn 75ste nog steeds in onzekerheid leef”
“Mijn situatie is eigenlijk niet veranderd. Ik durf amper buiten te komen, ik ben doodsbang als ik politie zie. Niemand weet waar ik woon, ik ben nooit op mijn gemak. Medische hulp betaal ik cash, ik moet bij mijn kinderen bedelen.”
“Het doet me pijn dat ik op mijn 75ste nog steeds in deze onzekerheid leef. Ik heb heel mijn leven gewerkt, had mijn zaken nu op orde moeten hebben. Maar ik voel alleen onzekerheid en constante stress. Elke dag leef ik als een paria. Ik heb geen identiteit. Het lijkt alsof ik niets betekend of bereikt heb.”
“Ik weet niet wat het alternatief is voor gesloten centra, maar je kan me toch op z’n minst menselijk behandelen? Als een gelijke? Alles wat je tijdens je procedure zegt, wordt in twijfel getrokken. Je wordt neergezet als een leugenaar. Voor sommige mensen ben ik blijkbaar niet meer dan een dief.”
*De naam is veranderd omwille van de privacy van de getuige